DE BEKENDSTE LEUGEN


'Ik heb het druk.' Of de versie in de derde persoon: 'Mijn zoon heeft het druk.' Dat is inmiddels een aardig geaccepteerde leugen. Waar zegt een mens ‘nee’ tegen, omdat hij het druk heeft? Een uitnodiging voor een bruiloft op een A-locatie? Een snoepreisje naar Stockholm? Of een bezoek aan moeder in het verzorgingstehuis? In het laatste geval kun je een mooie bos bloemen laten bezorgen. En geheid dat moeder het spelletje meespeelt door tegen het personeel te zeggen: ‘Mijn zoon heeft het druk.’ Beste moeder, nu even met je volle verstand erbij. Die zoon van jou mag dan wel een drukke baan hebben en de hele wereld overvliegen, maar hij kan ook prioriteiten stellen. Hij kan namelijk weten dat op een dag jouw leven als een nachtkaarsje uitgaat. In de wereld van het strafrecht heet dit: verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtig-heid. Dit houdt in dat men redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat het een en ander zou gaan geschieden.


En juist de tijd - de tegenstander van mensen die het druk hebben - zou een bondgenoot moeten zijn. Met name in de tweede helft van het leven raakt de mens doordrongen van het gegeven dat de tijd genadeloos snel doortikt. Als je iemand gaat begraven van 64, kun je op weg naar huis denken: oei, dan heb ik nu nog zes jaar, acht jaar, tien jaar. En wat is nou tien jaar? Er zijn fases in het leven dat een decennium voorbij vliegt. Als je kleine kinderen hebt, bijvoorbeeld. ‘Geniet er nu maar van, want het is zo voorbij,’ fluisteren anderen je in, die zelf jongvolwassenen als kind hebben. Rond de zestig drukt ook iemand op fastforward. Bam! Ineens ben je omringd door semi-ouderen die alleen maar over hun pensionering praten. ‘Hoelang moet jij nog, Nico?’ De volgende keer als zo’n gast dat bij Albert Heijn aan mij vraagt, plak ik hem achter die glazen deur tussen de magere yoghurt en de kwark. Of ze zeggen: ‘We gaan in een appartement wonen.’ Ja, mooi, een appartement! De voorlaatste halte, één stop voor het adres waar die bos bloemen voor je moeder naartoe moet. De golven die zich in verschillende stemmingen eeuwenlang op het strand begeven, lachen om die handvol decennia dat wij hier zo prominent en kwetsbaar rondlopen.


Er is een lied van de Amerikaanse songwriter Harry Chapin en dat lied heet Cats in the Cradle. Het gaat over een vader die nooit tijd heeft voor z’n zoontje, noch als kind, noch als adolescent. Altijd druk met z’n carrière. Altijd maar bezig met zichzelf. De jaren gaan voorbij en de zoon is inmiddels zelf een volwassen man met een druk bestaan. Als pa hem belt om te vragen hoe het gaat, houdt het leven de vader een spiegel voor.


I've long since retired and my son's moved away

I called him up just the other day

"I'd like to see you, if you don't mind"

He said, "I'd love to, Dad, if I could find the time"

"You see, my new job's a hassle and the kids got the flu"

"It's sure nice talkin' to you, Dad, so nice talkin' to you"

And as I hung up the phone it occurred to me

He's grown up just like me, my boy is a lot like me


Ik moet natuurlijk wel beseffen dat prediken niet hetzelfde is als praktiseren. Waarom komen we ermee weg, met die leugen? Ik denk omdat we er niet op worden afgerekend. Iedereen wordt er wel eens mee geconfronteerd. Het betreft ook meestal een event uit de categorie ‘met tegenzin moeten geven’, zonder zich te verplaatsen in de ander die verwachtingsvol wil ontvangen. En het is natuurlijk nooit dat snoepreisje naar Stockholm.


Featured Posts
Recent Posts