TALENKENNIS EBT LANGZAAM WEG



De komende tien jaar daalt de gemiddelde kennis van de Nederlandse taal weer flink. Dit om de simpele reden dat we afscheid gaan nemen van een generatie die de taal beheerst, een mooi handschrift heeft en die ook nog eens een brede belangstelling kent voor allerlei aspecten van onze samenleving. Daarvoor terug krijgen we steeds meer mensen in ons land die niet alleen incapabel zijn om een foutloze tekst te produceren, maar daar ook totaal niet mee zitten. Hoeveel vrouwen nemen in 2025 plaats in de wachtkamer van de gynaecoloog, die dat woord niet kunnen spellen? Gynaecoloog. Hoeveel sollicitanten zijn er straks die niet weten dat het is 'solliciteren naar'? Een belachelijke minderheid typt straks woorden als ‘stagiair’ en ‘gezamenlijk’, zonder meteen een rood kringelstreepje te zien of weet nog wanneer je ‘hoelang’ aan elkaar schrijft. Dat vind ik verontrustend.


Op iedere school zitten leerlingen die alle toetsen op de computer maken, omdat ze een onleesbaar handschrift hebben. Op praktisch iedere school zitten scholieren die geen fout herkennen in het zinnetje: waar is me boek? Op veel scholen is het best wel druk in het lokaal waar leerlingen met een aantoonbare reden examens apart mogen maken. Dat blijft niet beperkt tot zes, zeven scholieren.


Evolutie wordt abusievelijk uitsluitend gekoppeld aan vooruitgang, maar eigenlijk betekent het woord ‘ontwikkeling’. En achteruitgang is ook een ontwikkeling. Rotterdam is ook niet meer de grootste haven ter wereld. En zo heeft het talenonderwijs in ons land ook betere tijden gekend.


Neem fictie. Dit onderdeel – het lezen van boeken – staat op het programma van alle niveaus van het algemeen voortgezet onderwijs. Het ministerie heeft de ijdele hoop dat we daarmee jongeren aan het lezen krijgen. Dat is amper meetbaar, maar geloof me als ik je zeg dat de oogst zeer mager is. Twee of drie leerlingen op een klas van dertig lezen graag en blijven dat wellicht in hun latere leven nog doen. De rest puft en kreunt en scharrelt de antwoorden van de opdrachten van het leesdossier bijeen. Op scholieren.com staan 100.000 boekverslagen ter inzage.


Wat is er aan de hand? Vraag je dat aan mij? Oké, dit is mijn mening: een toenemende betweterigheid onder de jeugd van vandaag. Al jaren hoor ik leerlingen de wens uitspreken later veel geld te willen verdienen. Hoe dan? ‘Iets met computers, meneer.’ Slechts zo nu en dan hoor ik iemand met passie spreken over zijn of haar (meestal haar) toekomstdroom: logopedist, verlos-kundige, tolk. Deze mensen zijn bereid ergens voor te werken. Net als iemand die piano wil leren spelen en honderden uren investeert om dat doel te bereiken. Intrinsieke motivatie. Dit zijn zonder uitzondering de gemotiveerdere leerlingen; zij zien het onderwijs nog als bouwstenen die ze later nodig kunnen hebben. Zij kunnen zich nu al positief presenteren en zijn feitelijk in allerlei functies inzetbaar.


En de anderen? Die worden te langzaam volwassen, hebben geen droom die ze willen verwezenlijken en/of zien geen relatie tussen school en toekomst. En ze kennen alles al. Ze zijn in het Nederlands opgegroeid en willen zich niet laten vertellen dat ze op dit gebied nog iets kunnen leren. Met de vreemde talen is het al even somber gesteld. Engels kennen ze van de tv-series en het gamen. Dat hoor ik al jaren. De grammaticaregels doornemen vinden ze zonde van hun tijd. Als ik de lijdende vorm behandel, bespeur ik geen enkel spoor van herkenning. En dan heb ik het over examenklassen havo! Engels mag dan tot de kernvakken behoren, maar dat strookt niet met de beleving van menig leerling.


Gaan we dit tij keren? Nee. Correctiefilters op Google en een net van vernuftige hulpmiddelen camoufleren de ergste blunders. Er gaan geluiden op dat het paraat hebben van kennis niet meer van deze tijd is. Wat is dan de meerwaarde van minimaal zestien jaar scholing voor onze jeugd, vraag ik me af. Dan is het rendement het hoogst in groep vier; daar leren ze immers lezen en schrijven. Waarom dit ellenlange onderwijsproces als we de oogst afdoen als irrelevant? Had de mens maar de competentie van een prooidier in Afrika. Op de dag van de geboorte al mee kunnen rennen met de kudde.



(Ik schrijf dit op uit mijn ervaring als docent aan het Vavo; onderwijs voor leerlingen die geen diploma behalen op een reguliere middelbare school.)

Featured Posts