TAALCOACH IS DE KRACHTBRON ACHTER DE INBURGERAAR



Veel zaken in onze maatschappij lopen goed geolied door de inzet van vrijwilligers. Ook inburgeraars, die noodgedwongen onze landgrens zijn overgestoken, hebben hier profijt van. In mijn woonplaats Goirle (23.000 inwoners) hebben 67 statushouders een taalcoach. Een statushouder is een asielzoeker die erkend wordt als vluchteling. Het grootste deel is - net als elders in Nederland - afkomstig uit Syrië en Eritrea.


De taalcoach mag zelf invulling geven aan zijn rol. Wel heeft hij of zij vanuit het ROC, in samenwerking met de gemeente Goirle en ContourdeTwern, een gratis training van vijf dagdelen aangeboden gekregen om meer op de hoogte te zijn van achtergronden van deze mensen. Ook krijgt men hier een beeld van wat het inhoudt om Nederlands als tweede taal te moeten leren. Een taalcoach zit niet alleen in de bibliotheek met de statushouder taaloefeningen door te nemen; hij is ook een aanspreekpunt voor allerlei praktische zaken uit het dagelijkse leven. Onschuldige dingen, zoals wegwijs maken in winkels, een gesprekje met de leerkracht op school of hen uit de brand helpen als ze zichzelf zonder sleutel buitensluiten. Integratie houdt ook in dat men vertrouwd raakt met onze samenleving. Iedere geplande activiteit is dan ook prima. Samen boodschappen doen, terrasje pikken, museumbezoek, eindje fietsen, naar de kermis. Het idee van een taalcoach is niet nieuw. In de jaren negentig, toen veel Somaliërs in ons land terechtkwamen, vond deze vorm van begeleiding ook plaats.


Tessa Steennis-Molenaar, sociaal werker bij ContourdeTwern, is in Goirle de verbindende factor tussen de vrijwillige taalcoaches en de statushouders. Niet alleen brengt ze beiden bijeen, ze bevordert ook participatie in de maatschappij, d.w.z. de nieuwkomers coachen naar een vrijwilligersplek. ‘Sommigen zijn terughoudend of zijn qua werkervaring of taalontwikkeling niet makkelijk inzetbaar. Die hebben extra begeleiding nodig. Anderen leren de taal eerder in een werksituatie dan op school. Zo is een statushouder terrein-meester geworden bij een plaatselijke voetbalclub. Kleedkamers schoon-maken, de sleutels beheren, dat soort werkzaamheden.’ Het zijn kleine stapjes die het contact met Nederlanders moeten bevorderen. ‘Trajecten op maat,’ noemt Steennis-Molenaar het. Voor het aanleren van de Nederlandse taal heeft ze goede ervaringen met de Stichting Lezen en Schrijven en de bibliotheek, die goed meedenkt door aanschaf van nuttig materiaal.


Sommige statushouders zijn hier met hun gezin, anderen alleen. Niet iedereen beschikt meteen over een groot netwerk. En niet iedereen heeft behoefte aan contact met eigen landgenoten. Contact met de taalcoach vergroot het aantal keren dat deze mensen Nederlands kunnen oefenen. Voor dit doel is het taalcafé in het leven geroepen. Iedere maand komt men een avondje in de bibliotheek bijeen om bij een kopje koffie gesprekken te voeren, die de betrokkenheid bij en de kennis van onze samenleving voor deze mensen dienen te vergroten.


Beetje bij beetje proberen taalcoaches en andere vrijwilligers de inburgeraars zich meer thuis te laten voelen in hun nieuwe woonplaats. Als je de nieuwkomers op straat tegenkomt, groeten ze je vriendelijk en zie je hen glunderen, blij als ze zijn dat ze mensen kennen. We vergeten soms dat ze in eigen land een vergelijkbaar leven hebben gekend als wij hier hebben, met werk, familie en een sociaal leven. In hun achterhoofd schuilen ook nog eens zorgelijke gedachtes over de onzekere toestanden in hun thuisland. Iedere menselijke zonnestraal die ze hier oppikken, is dan ook meegenomen.







Featured Posts