STAPAVOND VOOR BOERENZOON



Zaterdagavond tot laat in de kroegen rondhangen, nog een onvermijdelijke ongezonde hap in een luidruchtig cafetaria om vervolgens naar je fiets te wankelen en de 16,5 kilometer af te leggen naar het ouderlijk huis. Wie is er niet volwassen mee geworden? Wellicht moest ik wat meer kilometers afleggen dan jij. Van Tilburg centrum naar het Hoogeind in Esbeek. Drie keer vallen ben ik thuis, zingen Acda en De Munnik. Dat was voor mij wel zes keer. Mechanisch blijven je benen de trappers in beweging houden of is het andersom, de trappers sturen je benen aan? Je door drank vertroebelde geest kan zich hier niet om bekommeren. Die heeft het al druk genoeg om je evenwichtsorgaan aan te sturen. Bij thuiskomst is het al licht. Je hebt weer eens het wonderlijke contrast geproefd tussen het onschuldig ontwaken van een nieuwe dag en de vervloekte en tegelijkertijd verheerlijkte gemoeds-toestand van de benevelde, menselijke geest. Stilletjes je fiets in de veranda tegen de muur zetten. Voordat je de deurklink aanraakt, weet je al exact welke ongehoorzame deur en traptrede je late rentree gaan verraden. Je weet ook al dat je een welgemeende vloek niet kunt onderdrukken, als het krakend geluid door het stille huis klinkt. Maar wacht even, zo dronken ben je ook weer niet. Je vader heeft de avond ervoor iets gezegd dat je nu helder voor de geest komt. ‘Ze is er morgen niet meer.’


Meteen zijn de scherpe kantjes van m’n dronkenschap verdwenen. Ik loop over het erf en stap over het prikkeldraad het weiland in. M’n schoenen worden nat van de dauw. Het is fris, maar niet koud. De koe ligt languit midden in de wei. Ik zie de adem uit haar neus slaan. Het tafereel is een schilderij waardig. Verderop – aan de overzijde van een sloot in lichte mist gehuld – staan de andere koeien in stilte op een rij achter het prikkeldraad een wake te houden. Als ik het zieke beest nader kijkt ze me met verschrikte, grote ogen aan. Het zweet druipt van haar nek. In haar doodsstrijd heeft ze met een hoorn een halve cirkel getrokken in het gras. Ik blijf bij haar en produceer onbewust kalmerende geluiden. Het duurt lang. Dan wordt ze heel onrustig, gekreun, een poging om overeind te komen, nog meer onrust. Een haast elektrisch schok gaat door heel haar lijf en daar ligt ze.


Stilte omhult het dode dier. Als deze geluidloosheid en de betekenis ervan doordringen tot de andere beesten, beginnen ze te loeien. Ze staan er nog een tel en draaien zich dan als één man om en verspreiden zich over het grasland. Magisch moment, dat me altijd is bijgebleven. Als je op een boerderij opgroeit zonder iets voor dieren te voelen, dan ben je net als het kind dat niet omkijkt naar de piano die de ouders zo verwachtingsvol in de huiskamer hebben geplaatst. Toen ik terug naar huis liep, kwam mijn pa me tegemoet.

‘Is ze dood?’

‘Ja,’ zei ik.

‘Ze was drachtig,’ sprak hij, vol spijt.

Featured Posts