JAN DE HARTOG: EEN BETROKKEN MAN


Hij beklom onvermoeibaar de barricades en kwam op voor de zwakkeren van onze samenleving. Hij was intelligent, welbespraakt en doortastend. Niet iedereen mocht hem als mens, maar dat is vaak het geval met lieden die goed van de tongriem zijn gesneden. Zijn naam was Jan de Hartog.


De Hartog (1914 – 2002) was schrijver. Hij is geboren in Haarlem en was in de omgang niet de makkelijkste. Hbs, mulo en dan naar de Kweekschool van de Zeevaart, waar al hij na drie maanden wordt afgetrapt. Hij gaat varen. Een tijd werkt hij als stoker bij de Amsterdamse havenpolitie en in z’n vrije tijd schrijft De Hartog. Hij woont in die tijd in de Atva, het Amsterdams tehuis voor arbeiders. In dat tehuis is een schrijfzaal en daar gaat hij op de schrijfmachine detectiveromans tikken. De werkloze jongens trekken de vellen uit z’n machine en lezen zijn proza. ‘Het wordt tijd dat die vrouw een kind krijgt, Jan!’ ‘Een kind? Oké’. En op de volgende pagina heeft ze een kind. Zijn eerste roman heet Een linkerbeen gezocht, maar De Hartog krijgt het verhaal niet gepubliceerd. Hij stuurt het naar Verkade, die boekjes bij hun koek verpakt en zelfs die stuurt het terug.


Tijdens zijn tijd op een zeesleepboot maakt De Hartog zich sterk voor een groot onrecht: de wet op de zeedagen. Om stuurman te worden op de grote vaart, moest je een aantal zeedagen hebben. De wet hield in dat zeedagen gemaakt aan boord van een zeesleepboot niet geldig waren. Deze mensen kwamen hier dus nooit weg: ‘Gevangenen waren we, walgelijk! De zeesleepvaart in Nederland was een monopolie van de grote heren en deze ‘glorie van Holland’ werd gevaren door slaven. Toen ik aan Hollands Glorie begon, was het mijn bedoeling een boek te schrijven, waarin de mensen de ogen zouden worden geopend voor deze onrechtvaardige wet. Ik heb mijn pijl gericht op het geweten van de Nederlanders, maar helaas zonder resultaat.’


De Hartog is een doorzetter. Hij schrijft z’n succesvol boek, Hollands Glorie. Het is een heldenepos met verhalen over de zeevaart. Het boek verschijnt in 1940 en wordt door de Duitse bezetter in het Duits vertaald. Elke officier die in ons land gestationeerd is, moet het lezen. In het boek wordt namelijk de essentie van het Nederlandschap gezien door de vijand.


De Hartog wordt populair. Hij reist het land af voor lezingen totdat hij ergens binnenloopt waar een bord hangt met de tekst ‘Verboden voor Joden’. De Hartog betreedt de zaal en zegt tot het publiek: ‘Wat doen jullie hier? Hebben jullie dat bordje buiten niet gezien? Wij collaboreren niet!’ Als hij daarna weigert lid te worden van de Kultuurkamer (= een door de Duitsers opgericht instituut waar elke kunstenaar lid van moest zijn om te mogen werken), vlucht De Hartog naar Engeland, waar hij als oorlogscorrespondent aan de slag gaat.


Als de kritiek op zijn volgend boek hem in het gezicht slaat, heeft hij een briljant idee. Hij gaat als auteur opnieuw beginnen …, in het Engels. Met z’n tweede vrouw verhuist hij naar Houston in Texas, waar hij gastdocent wordt aan de universiteit. Z’n vrouw werkt in een armenziekenhuis – het Jefferson Davis Hospital – en attendeert hem op de omstandigheden aldaar. De Hartog neemt er een kijkje en gaat er twee jaar aan de slag als stervensbegeleider in het sterfzaaltje bij de afdeling ongevallen. Hier houdt hij de hand vast van talloze stervende, naamloze negers. Hij ziet van dichtbij de corruptie en de wijze waarop men met de arme zwarten omgaat. Zodra iemand elders in het ziekenhuis stervende is, gaat hij naar de afdeling ongevallen, en wordt hij als patiënt uitgeschreven. Deze patiënt sterft in het sterfzaaltje en komt niet in de statistieken. Dit is het Amerika van de jaren zestig. De Hartog schrijft er een boek over en wordt als een afvallige beschouwd. Na een aanslag op zijn huis vertrekt hij.


De Hartog sluit zich aan bij de quakers, het Religieus Genootschap der Vrienden, en bouwt als schrijver een groot oeuvre op. Hij is een autoriteit die geleefd heeft met wat hij schrijft. Zo organiseert hij in Vietnam tijdens de oorlog van eind jaren zestig de opvang van oorlogswezen. Hij adopteert twee Koreaanse meisjes en maakt in z’n geboorteland de weg vrij voor de adoptie van Aziatische kinderen door een eigenzinnige overheidscommissie te overtuigen van het nut ervan. Ook hier schrijft hij een boek over, The Children. De Hartog blijft zeer actief als schrijver. Een lange lijst toneelstukken, non-fictiewerken en romans verschijnen in de decennia die volgen. De laatste jaren van z’n leven kenmerken zich door rusteloosheid. Hij woont in Engeland, België en vertrekt dan weer naar Houston. Daar overlijdt hij onverwachts op 22 september 2002. De Hartog was opgenomen voor een heupoperatie, maar raakte geïnfecteerd door een ziekenhuisbacterie die uiteindelijk een hartstilstand veroorzaakte.


Jan de Hartog was een zeer aanwezige man en een overtuigende spreker in het openbaar. Onuitputtelijk in zijn strijd voor anderen. Dapper, onbevreesd. Op iedere werkvloer zou een Jan de Hartog rond moeten lopen!



Featured Posts
Recent Posts