EEN MAN UIT WEST-KOERDISTAN



De man luistert aandachtig als ik hem vertel wat ik met de tekst wil gaan doen. Nee, liever geen foto erbij. Ik zal je de tekst laten lezen, vertel ik hem. Dat hoeft niet, zegt hij, zolang ik me maar aan de besproken onderwerpen houd. De man heet Roni, hij is 33 jaar oud en komt uit Syrië. Eigenlijk zegt hij liever dat hij uit Koerdistan komt, uit de streek ten noorden van Aleppo. Nabij de Turkse grens.


Roni doet uit de doeken hoe hij zijn vaderland verliet, alleen via Turkije naar Griekenland vluchtte en aldaar een vliegtuig naar Amsterdam nam. Zijn vrouw en twee kinderen liet hij thuis achter. We spreken over 2013. Drie dagen Ter Apel, vingerafdrukken, medische checkup, vervolgens naar twee asielzoekerscentra in o.a. Arnhem. Er volgt een gesprek met een tolk erbij. Waarom ben je hier? Drie maanden later krijgt hij een huis toegewezen. De papieren rompslomp om gezinshereniging gedaan te krijgen verloopt gelukkig voorspoedig en op 18 december 2013 sluit Roni zijn vrouw en kinderen weer in zijn armen. Hij is inmiddels aan het inburgeren en rondt na tweeëneenhalf jaar studie z’n inburgering succesvol af. Het is de eerste taal die hij leert schrijven; Roni is analfabeet.


Ik praat met een man die positief in het leven staat. Een man die dankbaar is voor wat de laatste jaren op z’n pad kwam. Zijn kinderen spreken perfect Nederlands. ‘Ze zijn als wit papier; hun hoofd is nog leeg’ zegt hij. Z’n moedertaal wil hij niet kwijtraken. Zijn kinderen leren die ook. Hij is blij met Nederland en wat het land zijn gezin te bieden heeft. Zoals elke ouder wil hij dat zijn kinderen een goed leven krijgen; niet het leven dat hij zelf heeft gehad.


Als het gesprek een wending neemt naar z’n verleden, zijn tijd in Syrië, blijft hij even kalm als hij was. Roni beschrijft het bestaan in een dorp ten noorden van Aleppo. Er gaat in zijn jeugd maar één keer per dag een bus naar de stad. De streek heet West-Koerdistan. Het verhaal van Koerdistan laat zich niet in een column vertellen. Roni is zich bewust van het beladen verleden dat zijn volk tekende. Hij spreekt met respect over z’n vader en grootvader. Hij is echter vrij van politiek. In z’n dorp, dat geïsoleerd ligt, volgen kinderen maar amper onderwijs. Ook Roni gaat niet naar school en leert dus niet lezen en schrijven. Rond z’n veertiende gaat Roni in de leer bij een kleermaker en leert het beroep. Hij spreekt alleen Koerdisch, geen Arabisch. Tegen de tijd dat de oorlog uitbreekt, is de situatie in het land verbeterd. Betere wegen. Ook in de dorpen komt een meer westers leven op gang.


Zijn toekomst? ‘Iedereen vraagt of ik terugga. Dat is moeilijk. Dat kan ik niet zeggen. Als ik zeg dat ik hier wil blijven en de wet zegt dat dit niet kan …, tja.’ Roni werkt nu als stagiaire in een kledingfabriek, waar hij z’n oude beroep uitoefent. ‘Kleding snijden en naaien.’ Binnenkort krijgt hij te horen of hij er mag blijven. Vast werk zou hem verder helpen. Toch is Roni soms zorgelijk bezig over zijn toekomst. Zeker als straks bekeken wordt of hij met z’n gezin hier mag blijven. ‘Ik ben voor 55% blij,’ zegt hij.


Roni geeft me een stevige, warme hand. Het is een man met duidelijke capaciteiten op allerlei gebied. Zijn contactuele eigenschappen springen in het oog. Een man die in een oorlog moet belanden en vervolgens 4.000 kilometer verderop terecht moet komen om een taal te leren en het analfabetisme achter zich te laten.







Featured Posts
Recent Posts