ZONDEBOKKEN NAAR DE SLACHTBANK


Ken je dat? Een kort nieuwsitem vertelt over een minuscuul radartje uit een groot en complex verhaal. Het hele relaas wordt niet verteld. Je hebt geen zin om het op Google op te zoeken en het actualiteitenprogramma dat je wijzer had kunnen maken, heb je gemist. Dus eigenlijk weet je na dat berichtje nog niets. Ik vertel deze keer beknopt het verhaal aan je en het onderwerp dat ik kies is Myanmar en de Rohingya-moslims.


Myanmar, het vroegere Birma, ligt aan de Golf van Bengalen, ingeklemd tussen Thailand en Bangladesh. Het land telt 55 miljoen inwoners van zeer diverse achtergrond. De meerderheid is Boeddhist. Tot de 135 etnische minderheden behoren de Rohingya-moslims. Ofschoon het bestaan van deze moslims in het land terug te voeren is tot de vijftiende eeuw, heerst er al heel lang wrijving tussen hen en de regering. De gevolgen hiervan zijn periodieke vervolging, moordpartijen en het verdrijven van de zondebokken uit het land. Deze spanning was ook merkbaar in de Tweede Wereldoorlog, toen de Boeddhistische meerderheid de kant van de Japanse bezetter koos, in de hoop dat deze de Britse heersers zou verdrijven. De Rohingya, daarentegen, bleven trouw aan de Britse kolonialisten. In 1962 vond er in het land een militaire coup plaats, hetgeen het einde van de Grondwet betekende. De Rohingya werden opnieuw tot nationale schietschijf uitgeroepen. Praktisch in ieder decennium dat volgde, zag men reden om de moslims aan te pakken. In 1982 schitterde de geplaagde bevolkingsgroep door afwezigheid op de lijst van geaccepteerde etnische minderheden, opgesteld in de Citizens Act. Negen jaar later werden een kwart miljoen moslims uit het land verdreven onder de operatie met de welluidende naam Clean and Beautiful Nation. Sinds 2011 is er weer enige vorm van democratie in het land.


De huidige onrust is echter van een heel andere orde. Het ziet ernaar uit dat de regering – want we hebben het over handelen van de officiële regering – het ditmaal zeer ernstig neemt en de Rohingyaplaag voor altijd wil uitroeien. De Arakan Rohingya Salvation Army heeft een aanval uitgevoerd op een politiepost in de staat Rakhine, een van de armste streken van het land. Dit is de staat die de genoemde moslims als thuis zien. Bij die aanval vielen aan de kant van de politie twaalf doden te betreuren. De gevolgen voor de Rohingya populatie zijn desastreus. Meer dan 200 dorpen zijn platgebrand, met honderden – of wellicht duizenden – doden en een gedwongen exodus naar Bangladesh voor honderdduizenden. Om terugkeer van het verstoten volk te voorkomen heeft men de grensstreek vol gelegd met landmijnen.


Politiek leider Aung San Suu Kyi, winnaar van de Nobelprijs voor de vrede in 1991 en een jarenlange morele steunpilaar voor alle onderdrukten in het land, geeft in de kwestie van de Rohingya niet thuis. ‘Laten we ons concentreren op de gebieden en dorpen die niet getroffen zijn,’ sprak ze op de nationale tv. Dit biedt weinig hoop in een land dat ontspoord is door chaos en niet in te dammen geweld.


En dan zijn er duizenden verhalen als dit van Mohammed Salam. In een vluchtelingenkamp net over de grens met Bangladesh spreekt de dertigjarige Salam met een journalist. Zijn dorp werd aangevallen door regeringstroepen en de man probeerde z’n 75-jarige vader mee te nemen naar de bosrand. ‘Ga alleen, zoon. Ik red me wel.’ Salam liet zich overtuigen en keerde later terug naar het door brand verwoeste dorp om z’n vader te zoeken, maar hij vond hem nergens. Hij vermoedt dat z’n pa zich onder de verkoolde slachtoffers bevond. Voor de camera barst de man in tranen uit; het is de eerste keer dat hij z’n relaas doet. De beelden brengen z’n klaagzang naar de andere kant van de wereld en vormen het laatste nieuwsitem van de dag, net voor het weerbericht. Een nieuwsitem van exact twee minuten.


Featured Posts
Recent Posts