ARMOEDE IN ENGELAND


Toen ik jong was, had ik een vriend in Londen. Ik ben er drie keer op bezoek geweest en was te gast bij een nederig, straatarm arbeidersgezin. Ze betrokken een armtierig appartement in een grauwe buurt. Tijdens het eten lag het bestek op tafel te trillen; de metro liep pal onder hun woning. De familie had twee verschillende stukken vloerbedekking in de huiskamer. Armoede heeft een mondiaal gezicht. Iedereen herkent het.


Omdat ik leraar Engels ben, heb ik m’n belangstelling voor dit land warm gehouden. Ik ben in mijn leven een twintigtal keren het Kanaal overgestoken, maar ik was er nooit als journalist, altijd als toerist. Mijn herinnering aan de Londense familie is levendig gebleven en dient als een onuitwisbaar portret van wat armoede inhoudt. Wat je met eigen ogen ziet, maakt meer indruk. Door de jaren heen heb ik voldoende signalen opgevangen dat Groot-Brittannië het slachtoffer was – en is – van de wet van de remmende voorsprong. Industrialisatie, gloriedagen, welvaart, rijkdom, werden gevolgd door een golf aan immigranten uit de voormalige koloniën en economisch achter de feiten aan hollen. Ik heb nader onderzoek gedaan naar dit onderwerp en kom tot schokkende conclusies.


In 1999 kondigde toenmalig premier Tony Blair aan de armoede onder kinderen aan te pakken. Blair stelde een definitie op voor armoede: dat deel van de bevolking dat minder verdient dan 60 procent van het gemiddelde gezinsinkomen, het zogeheten mediane inkomen, leeft in armoede. Dit gegeven ging armoede in Engeland bepalen en werd ook het ijkpunt op Europees niveau. Men spreekt van absolute en relatieve armoede. Het eerste verwijst naar gezinnen die niet eens de meest basale levensstandaard bereiken. De relatieve grens komt overheen met de door Blair gestelde armoedetabel. Een decennium later wordt de Child Poverty Act geïntroduceerd en helaas volgt er dan een tijd van politiek geharrewar over het onderwerp, hoe het te definiëren en nu – al enkele flinke stappen in de eenentwintigste eeuw – trekken journalisten aan de noodrem met honderden artikelen vol alarmerende inhoud.


Dertig procent van alle Britse kinderen staat te boek als arm en dat is inclusief de helft van alle kroost die opgroeit in eenoudergezinnen. Waar hebben we het dan over? We spreken over ouders die zelf één keer per dag eten, om er zeker van te zijn dat hun kind niet tekort komt. Over kinderen die met de jas aan gaan slapen, omdat er geen fatsoenlijke dekens zijn of gezinnen die geteisterd worden door fuel poverty, geen geld om het huis warm te stoken.


Na een tocht langs de vele krantenartikelen over het onderwerp duizelt mijn hoofd van de feiten over armoede. De helft van de armen heeft een handicap of een inwonende met een lichamelijke beperking. Het aantal huurders in de particuliere sector dat niet rond kan komen, stijgt verontrustend. Armoede overstijgt dus de sociale sector. In Londen is de huur extra hoog. Er moet dringend huisvesting komen die de laagstbetaalden zich kunnen permitteren en werkgevers moeten ‘a living wage’ gaan betalen, een inkomen waar men van rond kan komen. Vertel eens tegen een topdirecteur van een multinational dat er mensen rondlopen die dromen van een ‘living wage’. Zo’n 27 procent van alle Londenaren leeft in armoede en dat is meer dan elders in het land.


Zo lang de aandacht in de media maar gefocust blijft op dit onderwerp, zal men in Westminster de hete adem blijven voelen en zich verplicht zien armoede op de agenda te houden. Broodnodig. Het boek Breadline Britain van Stewart Lansley en Joanna Mack draagt niet voor niets de subtitel The Rise of Mass Poverty. Deze auteurs wijzen naar de regeringen van de laatste drie decennia. ‘Hun politieke keuzes over hoe de economische cake verdeeld zou worden, leidden regelrecht tot de armoede in het Engeland van vandaag.’


***


Ik heb de tekst klaar en eindig mild – armoede op de agenda houden – waarmee ik de Britse politiek een gunfactor bied om zich om zaken te bekommeren. Ik lees de tekst door en merk dat in de vierde alinea wel wat meer voorbeelden genoemd mogen worden. Opnieuw het internet op en dan open ik een tekst die mijn adem doet stokken. Ik moet hem twee keer lezen; ongelooflijk gewoon!


***


London is seeing an exodus of poor people because they can't afford to have spare bedrooms kopt het artikel uit 2015. Wat wordt hier gesteld? In drie jaar tijd zijn 50.000 gezinnen stilletjes Londen uitgeloodst, omdat ze zich de korting op hun huursubsidie vanwege een logeerkamer niet kunnen veroorloven. Wat zeg je? In 2012 bepaalde de Britse regering dat mensen met huursubsidie die een pand bewoonden mét een logeerkamer, minder geld gingen ontvangen. The Bedroom Tax, de slaapkamerbelasting. Jezus! Dat op bepaalde plekken in de wereld mensen in het geheim bezig zijn met de ontwikkeling en verfijning van kernwapens, hebben we met schroom geaccepteerd. Bidden dat de bom nooit mag vallen! Maar dat er ergens op een Engels ministerie iemand dit bedenkt en dat de volksvertegenwoordiging (ken je dat woord nog?) ermee instemt, dan balanceer je toch op de rand van het menselijke faillissement.


Het plan in detail. Huurders worden voor 14% gekort op hun toelage als ze één logeerkamer hebben en voor 25% als ze er twee hebben. Dit kost de huurder tussen de £14 en £25 per week.Twee kinderen jonger dan zestien van hetzelfde geslacht worden geacht op dezelfde kamer te slapen, net als kinderen onder de tien, maar dan ongeacht het geslacht. Alsof er een lang verborgen manuscript van George Orwell wordt gepubliceerd! Maar dat bedoelde die man dan nog als fictie. Als een maatregel als deze model staat voor het handelen van de Britse regering, dan is het niet verwonderlijk dat 1,2 miljoen Britten zich elders in Europa hebben gevestigd. Er lag vroeger een LP van Genesis in de winkel met de titel: Selling England by the pound.



Featured Posts
Recent Posts