EEN MAN MET HET HART OP DE GOEDE PLAATS


Eerste Wereldoorlog. In z’n eentje steekt een soldaat Niemandsland over en doodt tientallen Duitsers met handgranaten. Hij weet veilig z’n eigen loopgraaf te bereiken. Krankzinnig noemen z’n maten hem. Het levert hem een bijnaam op: Mad Jack.


In zijn jonge jaren houdt een bevoorrechte Brit zich bezig met z’n twee passies: gedichten schrijven en de vossenjacht. Om een maatschappelijke toekomst hoeft hij zich niet druk te maken. Hij komt voort uit een rijke, Joodse familie, die fortuin heeft gemaakt in India.


Het klinkt als zeer ongeloofwaardig, maar beide alinea’s gaan over een en dezelfde man: Siegfried Sassoon (1886 – 1967), beroemd om z’n gedichten over de Eerste Wereldoorlog, die een regelrechte aanklacht vormen tegen de gevestigde orde en de ‘oorlogsmachine’.


Sassoon ontpopt zich op jonge leeftijd als erg maatschappelijk betrokken. Hij dient bij de Royal Welch Fusiliers en krijgt de Military Cross voor moed als hij tijdens een hevig vuurgevecht een gewonde soldaat in veiligheid brengt. De man ziet van dichtbij wat de loopgravenoorlog teweeg brengt. Het haast onbeschrijfelijke leed dat jonge Britten in de oorlog wordt aangedaan, bereikt de Britse Eilanden niet. Het is immers het begin van de twintigste eeuw. Er worden nog postduiven gebruikt om berichten over te brengen in het oorlogsgebied. Zij die de oorlog steunen hebben er maar wat profijt bij om thuis het gevoel van vaderlandsliefde hoog te houden. Duizenden jongens zijn onder valse voorwendselen naar Frankrijk gelokt om gevangenen te worden van de oorlog. Ontsnappen kan niet; deserteurs worden ter dood gebracht. Sassoon ziet jongens met Trench feet, afgestorven voeten door kou en ontbering. Hij ziet de zelfmoorden en de conditie die iedere oorlog kwelt, shellshock, de voorloper van PTSS.


Sassoon is woest en schrijft een open brief aan verantwoordelijke ministers in z’n thuisland. ‘De oorlog wordt opzettelijk verlengd door lieden die de macht hebben hem te beëindigen.’ Sassoon verwacht de wind van voren te krijgen en houdt rekening met een gevangenisstraf, maar mede-dichter Robert Graves steunt hem en suggereert dat Siegfried een oorlogstrauma heeft opgelopen. Sassoon komt in het militaire ziekenhuis Craiglockhart terecht. Zo’n 1800 oorlogsslachtoffers worden tijdens deze oorlog in dit nabij Edinburgh gelegen oord verzorgd. Absurd is dat velen na hun herstel weer gewoon naar het front worden gestuurd.


In Craiglockhart ontmoet Sassoon een zielsgenoot. Wilfred Owen. Een militair met dezelfde oorlogsbeelden op z’n netvlies. Owen is ook dichter en hij en Sassoon hebben hetzelfde doel, het thuisfront confronteren met de hel van de loopgraven. Zeer realistisch opgestelde gedichten moeten het sterk verankerde vaderlandsgevoel wegspoelen en het thuisfront afspiegelen als onwetende lafaards. (Sneak home and pray you’ll never know the hell where youth and laughter go.) Ook na de oorlog blijft Sassoon opkomen voor de gevallenen. (Look down, and swear by the slain of the War that you’ll never forget.)


Sassoon is een man met het hart op de goede plaats. Zijn kameraad Owen is een van de militairen die terugkeert naar het front en daar enkele dagen voor het einde van de oorlog sterft. Siegfried ziet het als zijn taak om de gedichten van Owen na diens dood te etaleren. Hij publiceert ze, iets wat zeer terecht is gezien de kwaliteit van het werk. Het memorabele Dulce Et Decorum Est Pro Patria Mori beschrijft een gasaanval, waarin de fraaie beeldspraak wordt gebruikt van een groene zee waarin de soldaten verdrinken. (As under a green sea, I saw him drowning.)


Sassoon overleeft de oorlog en blijft z’n leven lang auteur. Een man uit een bevoorrecht nest, die letterlijk de hele wereld aan z’n voeten had liggen, stapt op de barricaden en is een stem voor duizenden oorlogsslachtoffers. Niet iedereen in zijn schoenen zou die keuze gemaakt hebben.


Featured Posts
Recent Posts