DE PUZZEL IS STUK


Jasper en Eleen zijn broer en zus, Vier en drie jaar oud. Ze wonen nog in het ouderlijk huis. Tenminste, een deel van de week. Mama heeft een nieuwe vriend.


De zon komt al door de gordijnen als Jasper zijn ogen opent. Beer leunt tegen zijn gezicht. Jasper heeft een droge keel. ‘Drinken’, zegt een stem in hem. Hij laat zich uit bed glijden en trekt de deur open. Op de overloop is het stil. Stil, zoals het alleen ’s ochtends kan zijn. Zijn voetjes schuiven over de laminaatvloer. Een golf van kinderlijke verbondenheid overvalt hem en loodst hem naar de slaapkamerdeur van papa en mama. Maar als z’n kleine knuisje naar de klink grijpt, bevriest z’n lijf voor een tel. Als in een film die je op pauze zet. De emotie die hem voortstuwde, ebt weg. Jasper realiseert zich iets. In een gevoel, niet in woorden. Het is anders. Er mist iets. Er is een insluiper. Hij laat z’n arm zakken en kijkt naar het traphekje. Hij is inmiddels oud genoeg om het zelf open te krijgen. Zo ook de koelkast. Hij gaat naar beneden. Op de eerste verdieping laat hij iedereen in diepe rust achter.


Eleen opent haar ogen en is meteen klaarwakker. Ze kronkelt door het bed en trappelt tegen de houten achterkant van haar bed. Ze zingt in haar eigen kindertaal een deuntje totdat er een beeld opdoemt: Mama! Snel klautert ze uit bed en werpt haar volle gewicht tegen de deur. Die gaat nooit goed op de klink. Ze staat in het halletje en beent naar haar moeders slaapkamer. Zoals altijd denkt ze dat ook mama’s deur open te porren is. Maar die zit ferm op de klink. ‘Mama’, hoort ze zichzelf zeggen. Ze kan makkelijk de deur open krijgen. Toch doet ze het niet. En meteen weet ze waarom. Papa is papa niet meer. ‘Mama komt, schat!’ klinkt het uit de slaapkamer. De deur gaat een weinig open en mama wringt zich de overloop op. ‘Ha, liefje. Goed geslapen? Kom, mama maakt iets te eten voor jou en Jasper.’ De slaapkamerdeur heeft ze discreet dichtgetrokken.


Beneden zit Jasper op de bank, te midden van allerlei speelgoed. De tv staat aan. Een grote-mensenprogramma over een Amerikaanse dierenarts. Mama kust en knuffelt Jasper en trekt haar beide kinderen dicht tegen zich aan, alsof het dekens zijn die warmte afgeven.

‘We gaan vandaag …’

Mama wordt onderbroken door een sombere Jasper die stellig zegt: ‘De puzzel is stuk’.

‘Welke puzzel?’

Met dezelfde vlakke stem herhaalt Jasper het korte zinnetje.

‘Een puzzel kan niet stuk, lieverd, die kan je altijd opnieuw leggen.’

Mama’s ogen glijden over de voorwerpen op de bank en op de vloer.

‘Waar is de puzzel, Jasper?’

Haar zoontje wendt zich tot haar. Het wordt heel stil in huis. Het is zo’n moment in het leven voor het archief. Kinderogen met een volwassen boodschap. Met een ietwat dicterende intonatie herhaalt Jasper nogmaals het zinnetje: ‘De puzzel is stuk, mama.’



Featured Posts