DRIE STEKKERS


Er zijn schrijvers die zich dagelijks bezighouden met dit soort rampenscenario’s, voor boeken en films. Onlangs zat ik in mijn gedachten ook een moment op dit spoor.


Wat gebeurt er als ze er straks drie stekkers uittrekken, dacht ik laatst. Straks, op de laatste dag van het interbellum. Welke stekkers? Die van de telefonie, het internet en de elektriciteit. Drie stekkers eruit en we zijn terug in de middeleeuwen.


Ik stond op een druk punt in de stad op een kennis te wachten. Ik keek rond en observeerde. Veel auto’s, veel bellende mensen, openbaar vervoer, winkels met elektrische deuren en kassa’s.


In een volgende oorlog hoeven ze geen bruggen te bombarderen. Ze trekken er gewoon drie stekkers uit en iedereen is vleugellam. Wat moeten al die mensen die alleen in het crematorium van hun mobieltje af kunnen blijven? Of zelfs daar niet. Die geen dag zonder hun auto kunnen? Je zult bij je buurman aan moeten kloppen. Aankloppen, ja. De bel doet het niet meer. Dat is die man met die lease auto op nummer 12, die bijstandsmoeder op nummer 244. Daar hebben je grootouders ooit nog eens een mooi spreekwoord over bedacht: een goede buur is beter dan een verre vriend.


Je hebt een dochter in Haarlem en daar ga je naartoe, zeg je, want je bekommert je om haar welzijn? Hoeveel benzine heb je thuis in de opslag? Een benzinestation werkt op elektriciteit, denk je niet? Stoplichten ook.


En ze zijn natuurlijk slim. Ze trekken die stekkers eruit om 8.30 uur ’s ochtends. De forenzen zijn op dat tijdstip ver van huis. Wanhoop en chaos hebben een hele dag de tijd om aan te zwellen, voordat de duisternis invalt. Historisch besef is altijd een pré. In de nacht van 13 op 14 juli 1977 werd New York getroffen door een black out, de elektriciteit viel uit, met grootschalige plunderingen, brandstichtingen en verkrachtingen tot gevolg. Dat krijg je hier ook. In de eerste nacht al. In de Randstad.


Het interbellum eindigt in de zomer, niet in de winter. De zomer levert meer problemen op. Tachtig procent van alle in gevangenschap levende consumptiedieren (kippen, varkens) sterft binnen een dag aan verstikking omdat de ventilatoren uitvallen. Boeren die hun beesten vrij laten worden geconfronteerd met grootschalige diefstal.


Jaarlijks kijken er honderdduizenden Nederlanders in de bioscoop naar films waarin dit soort scenario’s zich ontvouwt. Je hersens leggen meteen een link met wat je in die films hebt gezien. Overleven! Een Safe Haven zoeken. Maar dat is film. Jij zit in je appartement op de zesde verdieping en de lift doet het niet. De laatste app van je partner was: ‘Ik ben in Brussel. Het was druk. Hvj’. Zie je haar ooit nog terug? Heb je kaarsen en lucifers in huis?


De geruchtenstroom gaat lopen. Je hebt letterlijk alleen iets van horen zeggen. Ze gooien pamfletten uit vliegtuigen. Er staat iets op in een voor jou onbekende taal. Voor het eerst in je leven probeer je een buitenlander te lokaliseren. Voor hulp.


Dit is niet leuk. Ik hoop ook dat het nooit gebeurt. Die vriend van mij houdt zich niet aan de tijd. Het begint te regenen. Ik schud dit naargeestig verhaal van me af en zoek beschutting. In mijn haast bots ik tegen een tiener die loopt te appen. Hoeveel mensen kennen dat woord nog, denk ik. Interbellum. Google het maar; nu kan het nog. Historisch besef kent zijn waarde.


En tot slot: ik ben blij dat ik niet tot deze categorie schrijvers behoor.

Featured Posts
Recent Posts